2019 - Toen de stilte viel



Toen de stilte viel

In zijn boek: ‘Stilte, ruimte, duisternis, Verkenningen in de natuur beschrijft Kester Freriks het dreigend verlies van eerder genoemde waarden, omdat we er onvoorzichtig mee omgaan.
De Lonneker kunstroute Kunstenlandschap 2019 heeft deze titel, dit boek, als thema gekozen.

Stilte, ruimte en duisternis verliezen?
Geschrokken ging ik op zoek. Zeker wetend dat wij thuis best nog wat stilte op zolder hadden liggen. Eerst drie kisten getimmerd, daarna naar boven. Hijgend en puffend bereikte ik de zolder, de kist was zwaar. Tot mijn grote teleurstelling was er geen stilte te bekennen, ik hoorde slechts m’n eigen gekreun en gesteun. Ik verschoof van alles en nog iets, maar kwam de stilte niet tegen. Ontdaan en verward zette ik mij op de vloer naast mijn kist. De teleurstelling verwerkend en even tot rust komen. Samen met de rust vond ik ook de stilte, ik moest er eerder overheen gekeken hebben, voorzichtig stopte ik ze in mijn kist en daalde af naar beneden.

Beneden aangekomen pakte ik de volgende kist en daalde verder af, de kelder in. Gewapend met een zaklamp (er staat nogal wat troep in onze kelder en je wilt je benen niet breken) om de duisternis te vinden. Ik wist zeker dat ze er was, want ik had haar bij mijn laatste bezoek vervloekt nadat ik gestruikeld was over eerder genoemde troep. Ik moet het verkeerde moment gekozen hebben, want ook de duisternis was nergens te vinden. Ik besloot net als bij de stilte rustig af te wachten en viel bijna in slaap terwijl de batterijen van mijn zaklamp er langzaam mee op hielden. Plots schoot ik overeind, ik meende in een hoek duisternis gezien te hebben, of op z’n minst een schaduw ervan. Ik sloeg op de lantaarn en die gloeide weer op. Ik had me vergist; de duisternis was ver te zoeken.
Het was de laatste krachtsinspanning van de zaklamp geweest en hij hield het voor gezien. Overweldigd door zoveel zwart, stopte ik het in de kist.

Nu had ik twee kisten en besloot ze alvast naar mijn expositieplaats van Kunstenlandschap te brengen. Daar zou Kester Freriks ongetwijfeld langs komen en dan kon ik hem mijn vondst tonen. De derde kist nam ik voor de zekerheid mee, ruimte zou ik thuis zeker niet vinden. Ter plekke trof ik de eigenaar van het erf, een alleraardigste bouw- en timmerman. Ik vroeg hem naar de mogelijk- en onmogelijkheden van zijn terrein. Hij was zeer meedenkend en bereidwillig, overal was een oplossing voor en op de vraag of ik dan ook net buiten de verharding op het gras mocht exposeren, antwoordde hij: ”Zeker, pak alle ruimte die je nodig hebt.” Dat liet ik mij geen twee keer zeggen.

Nu had ik stilte, ruimte en duisternis bij me. Dolgelukkig sprong ik rond en stom genoeg viel de stilte, was de stilte nu niet gebroken? Zat er nu nog wel stilte in de kist? Ik maakte mij ernstig zorgen, ze lag ook nog ondersteboven. Geschrokken deed ik een stap achteruit en stootte tegen het karretje.
Nu viel ook de duisternis. Je weet hoe zwaar de duisternis op iemands gemoed kan werken, wel ze zakte zelfs een stukje in de bodem. Met geen mogelijkheid kon ik haar er uit tillen.
Iets van gekraak achter mij. Het was niet mijn rug, maar de derde kist. Ik was hebberig geworden van al die ruimte en had teveel in de kist gestopt, ze barstte bijna uit haar voegen.

Zou Kester Freriks dan toch gelijk hebben? Verliezen we de stilte, ruimte en duisternis omdat we er niet voorzichtig genoeg mee omgaan?

Reacties